Voor de aanleg van het aarden fort was grond nodig, heel veel grond. Dat is binnendijks uit de Torensteepolder gehaald. Hierdoor ontstond een diepe kuil. Deze gigantische kleiput ten noorden van het fort werd ‘uitgegraven gronden’ genoemd. Een dijkdoorbraak aan het begin van de vorige eeuw (1912), zorgde ervoor dat het gat volstroomde met water. Zo vormde zich een meer dat ‘Het Gat van de Majoor’ is gaan heten. Het Gat van de Majoor is een paradijs voor watervogels.